INCLUES
Clues to inclusive and cognitive education

Inclues leaflet

  Doelstellingen INCLUES Netwerk

Doelstellingen

Thema

Waarom dit netwerk?

Behoeften
Achtergronden

Doelstellingen van het INCLUES-Netwerk

Doelgroepen

Rechtstreeks:
Uiteindelijke doelgroep:

Verwachte impact

Activiteiten

Verwachte resultaten: output

Verwachte impact

Wat is nieuw in dit netwerk?



  Thema 

Onderwijs en inclusie van specifieke doelgroepen

Inclusief en cognitief onderwijs

Inclusief onderwijs definiëren we als onderwijs dat voor ieder kind - wat ook zijn prestatieniveau of graad van moeilijkheden - toegankelijk is dank zij aanpassingen aan de individuele behoeften. Het biedt de nodige ondersteuning in een gewone onderwijsomgeving. Kinderen met leermoeilijkheden doen zoveel mogelijk les- en andere activiteiten samen met andere kinderen.

Cognitief onderwijs betekent een onderwijs dat de basiscognitieve vaardigheden activeert die nodig zijn bij het leren van schoolse, sociale, motorische, artistieke en emotionele vaardigheden, met de bedoeling de capaciteit te bevorderen om te leren hoe te leren. Cogntief onderwijs is dus leerbevorderend onderwijs. Het is absoluut niet hetzelfde als het opdoen van kennis. Cognitief onderwijs wil helpen om de sleutels (cues) van het leren te vinden en de cognitieve werktuigen te ontwikkelen. Vandaar de naam IN-CLUES.


 Waarom dit netwerk? 

 •  Behoeften

  • Inclusief Onderwijs is een wereldwijde beweging, gedragen door vele organisaties, en geworteld in een discours van mensenrechten en gelijke kansen: elk kind, wat ook zijn niveau van moeilijkheden, zou het recht moeten hebben op individueel aangepast, kwalitatief hoogstaand onderwijs, samen met andere kinderen, en niet worden uitgesloten uit de gewone school louter omwille van leermoeilijkheden of handicap.
  • Gewone (reguliere) scholen zijn de beste plaatsen om sociale en cognitieve competenties te ontwikkelen, op voorwaarde dat er een verwelkomende attitude wordt gecreëerd op de school. Zo staat het in de slotverklaring van de UNESCO Conferentie in Salamanca (1994). Inclusief onderwijs behoort niet alleen tot de officiële onderwijspolitiek van de Verenigde Naties, maar ook in de Europese Verdagen van Maastricht, Amsterdam & Madrid werden er non-discriminatie clausules op basis van handicap opgenomen
  • Zelfs in die landen die al een wetgeving hebben op inclusief onderwijs (in Italië en Noorwegen al sinds 1977, in het Verenigd Koninkrijk ongeveer 10 jaar, en recent ook in Nederland en Oostenrijk) bestaat er nog steeds een grote kloof tussen droom en daad, tussen de wens tot inclusief onderwijs, en de feitelijke praxis, door gebrek aan training, organisatie, attitudes en competenties van leerkrachten. In landen waar inclusief onderwijs haast onbestaande is omdat de gewone school eigenlijk alleen toegankelijk is voor snelle intelligente leerders ( landen van Oost-Europa, België, Frankrijk en Duitsland), worden budgettaire beperkingen aangevoerd - de onderwijsbudgetten voor speciale kinderen gaan bijna helemaal naar speciale scholen – maar spelen ook gebrek aan lerarenopleiding , gebrek aan geloof in de mogelijkheid of zelfs wenselijkheid, en gebrek aan een inclusieve attitude een rol.
  • Aan de andere kant vraagt de moderne samenleving van mensen dat ze zich voortdurend aanpassen aan onvermijdelijke sociale en technologische veranderingen. Dat vergt dan weer de ontwikkeling van basiscognitieve en sociale vaardigheden voor alle mensen. Zonder een minimum aan cognitieve vaardigheden hebben mensen weinig toegang tot de vele aspecten van informatie, technologie, economische leven en sociale relaties. In 1995, publiceerde de Europese Commissie de zgn. “White Paper 'Towards a learning society" . Deze benadrukte het belang om onze onderwijsinstellingen te transformeren en meer te leren hoe te leren, zodat de jongere generatie de vaardigheden zouden verwerven om zich aan te passen en levenslang te kunnen leren. Ondanks de schaarse initiatieven van onderwijsbeleidsmakers om hierin verandering te brengen, blijft ons onderwijssysteem eerder exclusief dan inclusief.
  • Er is een 5x hogere verwijzing naar het buitengewoon ( speciaal) onderwijs van kinderen van zwakke sociaal-economische achtergronden. Deze kinderen horen er eigenlijk niet in thuis. Dit versterkt de vicieuze cirkel: lage scholingsgraad, lage werkgelegenheid, lage sociale kansen, sociale exclusie en herhaling in de volgende generatie. Maar om ze echter in het regulier onderwijs te kunnen houden, is er een radicale verandering nodig van attitudes, organisatie en methoden.
  • Het is niet voldoende, willen we latere sociale exclusie vermijden, om risicokinderen gewoon in het regulier onderwijs te plaatsen. Ze zouden er vlug uitvallen, als er geen werk van wordt gemaakt om hen positieve onderwijservaringen te bezorgen.
  • Mensen die het risico lopen op exclusie uit het regulier onderwijs, hebben het gemeenschappelijke kenmerk dat ze op cognitief gebied deficiënt functioneren. Dat kan worden versterkt door gebrek aan cognitieve activering en gebrek aan adequate opvoeding in het gezin of in het schoolsysteem. De cognitieve deficiënties zijn wel omkeerbaar ( zelfs, tot op zekere hoogte, bij handicaps met een hersenontwikkelingsstoornis), op voorwaarde dat ze voldoende worden geactiveerd. Dat kan in het gezin en op school gebeuren, door o.a. gebruik te maken van cognitieve activeringsprogramma’s.
  • Er is een gevaarlijk laag niveau van kritisch denken bij vele jongeren, dat leidt tot een pan-Europese verspreiding van extreem-rechts denken en bekrompenheid. Er is behoefte om kritische denkgewoontes te ontwikkelen, om goed te leren denken en handelen, om open-minded te zijn. Dat hangt dan weer samen met sociale behoeften: sociale waarden ontwikkelen, democratie, respect voor elkaars mening en levensstijl. Inclusieve scholen zijn in staat om een meer humane en verwelkomende attitude te ontwikkelen voor iedereen.
  • Een flessenhals wordt gevormd door gebrekkige lerarenopleiding en attitude vorming, (1) bij het verwerven van een inclusieve attitude, in methodologieën om inclusief onderwijs te realiseren, om een heel brede waaier van verschillende kinderen te onderwijzen, met verschillende niveaus van moeilijkheden en bekwaamheden, als (2) in cognitieve methoden om proces-gericht te onderwijzen, om te leren hoe te leren. Hiermee samen hangt een zekere rigiditeit in de attitude van leerkrachten t.a.v. lesgeven en evalueren. Leerkrachten moeten bewust gemaakt worden van andere benaderingen: cognitief-mediërend onderwijs, creativiteit, muziek, kunst, enz. Hier ligt een taak voor leerkrachten opleiders en post-graduaatopleidingen.
  • Een andere flessenhals is de manier waarop leerlingen worden geëvalueerd. Zoals selectie van onderwijs gebeurd op basis van standaarden ( zoals opgedrongen door verschillende cognitieve en academische testmethoden), is exclusie meer waarschijnlijk.
  • Om hierin verandering te brengen is een netwerk een goed middel: door individuen en instellingen te verbinden van hen die ervaring hebben met hen die behoefte hebben aan verandering en leren.

 •  Achtergronden

Sommige van de partners van het Inclues-Netwerk hebben al samengewerkt in vorige Europese projecten ( Helios II, Leonardo, Comenius, Equal opportunities), op het gebied van inclusief en cognitief onderwijs. Verschillende partners hebben, onafhankelijk van elkaar, aanzienlijke ervaring opgedaan op dit terrein, vaak met hun eigen methoden. Vier partners hebben samengewerkt in een Comenius Ontwikkelingsproject, het ProjectINSIDE ( 57174-cp-3-2000-1-NO-COMENIUS-C31 ) ( www.sclm.ua.ac.be ) , waarin innovatieve materialen en methoden werden ontwikkeld en samengebracht. Een gemeenschappelijke grond voor het Inclues-Netwerk partnerschap is de gedeelde ervaring en visie dat inclusie samen moet gaan met cognitieve activering en het trainen van leerkrachten-attitude, anders blijft inclusief onderwijs alleen een sociale inclusie. Het is de bedoeling om samen te leren. De combinatie van inclusief onderwijs met methoden van cognitieve activering geeft meer onderwijskansen aan hen die bedreigd worden met uitsluiting. Verdere ondersteuning is nodig om een netwerk op te richten voordat zoiets op zichzelf kan bestaan. Verschillende producten over cognitief en inclusief onderwijs hebben een forum nodig om beschikbaar te worden voor iedereen.


 Doelstellingen van het INCLUES-Netwerk 

  • Het project wil een netwerk van beroepsmensen en ouders creëren om samen te bouwen aan de realisatie van meer inclusief en cognitief onderwijs.
  • Transformatie van attitude en lespraktijk van leerkrachten: hen bewuster maken dat iedereen – ook diegenen die het risico lopen uit de boot te vallen – de capaciteit heeft om te leren, en dat zij als leerkracht de capaciteit hebben om leerprocessen te activeren en zo minder leerlingen uit te sluiten.
  • Cognitief leerbevorderend onderwijs promoten als een instrument naar inclusief onderwijs. Het accent ligt op cognitief onderwijs omdat het helpt de geestelijke vermogens van het kind te ontwikkelen.
  • Leerkrachten helpen opleiden naar een meer procesgericht onderwijs, d.w.z. een onderwijs dat erop gericht is om de basisvoorwaarden van het denken te leren, die mentale instrumenten zijn bij het leren hoe te leren.
  • Transformatie van schoolsystemen, curricula, lerarenopleiding, door het inbrengen van een cognitieve en inclusieve dimensie.
  • Ervaringen uitwisselen met implementatie van cognitieve activeringsmethoden en goede praktijken van inclusief onderwijs
  • Nieuwe didactische benaderingen, producten, materialen, ervaringen en methodes bekendmaken die te maken hebben met inclusief en cognitief onderwijs
  • Een meer dynamisch systeem van evaluatie van leerlingen invoeren, zowel van hun cognitieve capaciteiten, als van kennis en vaardigheden. Psychologen moeten hun manier van evalueren heroriënteren, minder gebaseerd op normen en standaarden, zodat de rapporten minder leerlingen uitsluiten


 Doelgroepen 

 • Rechtstreeks:

  • Professionelen in het onderwijs: leerkrachten, directies, begeleiders, zorgverbreders, remedial teachers, schoolpsychologen, etc.
  • Professionelen in de leerrevalidatie: logopedisten, ergotherapeuten, kinesitherapeuten die bezig zijn met leerbevordering
  • Ouders van kinderen met speciale onderwijsbehoeften

 • Uiteindelijke doelgroep:

Risico-kinderen, d.w.z. kinderen die het risico lopen te falen in het onderwijs, waarbij leermoeilijkheden optreden, hetzij door socio-economische oorzaken, door handicap, beiden, wat dan ook.

De doelgroep is noodzakelijk ruim: inclusief onderwijs en cognitieve activering kunnen maar slagen in een betekenisvolle context waar velen samenwerken. Alle actoren op verschillende niveaus van de “ecologie” van het kind ( cf. Bronfenbrenner) moeten aangesproken worden: het kind, leerkracht, autoriteiten, beleidsmakers, lokale gemeenschap. Een goede wet, maar zonder verandering van leerkrachten, heeft geen impact ( cf. Italië). Een goedmenende leerkracht zonder verandering van wet, ondervindt ook hindernissen om inclusief onderwijs te realiseren. Een school met een optimale staf, methoden en attitudes, maar met een klassieke schoolpsycholoog die alleen maar oordelen velt op basis van IQ standaarden, blokkeert ook de inclusie van een kind. Het project beoogt geen kwantitatief grote doelgroep, maar vooral kwaliteit


 Verwachte impact 

  • Tenminste 2 scholen rekruteren (per partner) die bereid zijn om pilootprojecten te organiseren voor de invoering van een inclusief beleid en mediërende, leerbevorderende onderwijsstijlen
  • Per land minstens 1 Lerarenopleiding die de inclusieve en leerbevorderende benadering wil invoeren in hun basisopleiding doel = 1200 “nieuwe” onderwijzers
  • Als per partner 2 schoolpsychologen anders gaan diagnosticeren, worden uiteindelijk honderden kinderen beinvloed
  • Per partner tenminste 2 onderwijsbeleidsmakers mee betrekken in een inclusief beleid
  • 2000 mensen bereiken als deelnemers aan de netwerkconferenties
  • 1000 leerkrachten bereiken via opleidingen,
  • Netwerk uitbreiden tot 25 partners


 Activiteiten

  1. Webdiscussieforum en nieuwsbrief
  2. Verzamelen en publicatie van betekenisvolle ervaringen
  3. Informatie verzamelen en uitwisselen van didactische methodologieën en didactische materialen die te maken hebben met inclusief en cognitief onderwijs
  4. Regionale en internationale seminaries en workshops organiseren
  5. Locale workshops promoten
  6. Implementatie van cognitief en inclusief onderwijs lokaal opvolgen
  7. Vertaling van interessant leerling- en lerarenmateriaal in het Spaans, Italiaans, Nederlands, Tsjechisch, Lets en Noors, etc.
  8. Netwerkmeetings met verschillende experten
  9. Publicatie: een serie van themanummers van professionele tijdschriften: een boek en een DVD
  10. lobbyen bij locale, nationale en internationale overheden


Verwachte resultaten: output

  1. Interactieve website
  2. Selectie van relevante ervaringen, theorieën en programma’s wat betreft inclusief en cognitief onderwijs
  3. Lijst van criteria voor de evaluatie van inclusief onderwijs, in relatie tot cognitief onderwijs
  4. Vertaling van lerarengidsen
  5. Themanummer van Transsylvanian Journal of Psychology in het Engels over dynamische evaluatie van leerprocessen en één over inclusief/ cognitief onderwijs.
  6. Richtlijnen voor de transformatie van lerarenopleiding
  7. CD-ROM of DVD met alle ontwikkelde materialen
  8. Locale/regionale ondersteuningscentra promoten voor onderzoek, training en sensibilisering
  9. Internationale interuniversitaire Master’s degree in Cognitieve & Inclusief Onderwijs


 Wat is nieuw in dit netwerk? 

  • Inclusief Onderwijs is geen ingeburgerde praktijk in de meeste landen. Het is te beschouwen als vernieuwend zo lang het geen gemeengoed is, of het officiële beleid, of bevorderd wordt door financieringsmechanismen en opleiding. Geografische inclusie - het kind met een handicap in het regulier onderwijs plaatsen zonder extra begeleiding of aanpassingen - is geen inclusie
  • Cognitief onderwijs is in Europa nog lang niet algemeen geaccepteerd. Op de schaarse plaatsen waar het wordt toegepast, is het als pionierswerk, vaak van een individuele leerkracht. Sommige speciale scholen zijn gestart om ermee te werken.
  • De combinatie inclusief en cognitief is zeker nieuw: het idee dat cognitieve activering helpt om de autonomie en inclusie van het kind te bevorderen, terwijl tezelfdertijd aan de attitude van de leerkracht gewerkt wordt.
  • Methoden worden vaak beperkt in de doelgroep. Dit netwerk wil juist ruimer gaan: ervaring van de ene doelgroep nuttig inzetten bij anderen, b.v. van special naar regulier onderwijs en omgekeerd; van het werken met Roma kinderen naar kinderen met handicaps en omgekeerd
  • “leren leren” mag dan wel al een gekend begrip zijn, het innovatieve ligt in de operationalisering van het concept.
  • De idee van “dynamische evaluatie” (dynamisch i.t.t. gestandaardiseerde evaluatie) is helemaal nieuw. Het is een sleutel tot succesvolle inclusie.

INCLUES Objectives of the network updated on 22/08/2006